Posts Tagged ‘recht’

De Pukkelpop-tragedie.

Posted: August 21, 2011 in Nederlands, opinie
Tags: ,

Het regent commentaren, zowel op het internet als in de traditionele media over de Pukkelpop-tragedie, of die vermeden had kunnen worden, wie er al dan niet aansprakelijk voor gesteld moet worden en of Pukkelpop alsnog had moeten verdergezet worden. Zoals steeds vaker verwordt het een en ander vaak in bitsige disputen, met langs beide kanten een resem zelfverklaarde experten die het beter weten dan alle anderen en wiens standpunt dus als De Enige Waarheid wordt geponeerd.

Weet u wat? Ik weet het niet.

Weet u wat nog meer? U weet het vermoedelijk ook niet. Meer nog, 99.99 % van de mensen weten het niet, zelfs niet indien ze aanwezig waren op Pukkelpop.

Waarom durf ik dat zo te poneren? Omdat ik er mijn hand voor in het vuur durf te steken dat 99.99 % van de mensen geen of slechts beperkte kennis hebben van:

- de geldende veiligheidsmaatregelen;

- de mate waarin die nageleefd zijn;

- de inplanting van de diverse tenten, podia en andere elementen van Pukkelpop;

- de mate waarin die normconform waren;

- hoe uitzonderlijk de weersomstandigheden waren;

- hoe het publiek reageerde na de storm;

- hoeveel hulpverleners aanwezig waren én in staat om daadwerkelijk bijstand te verlenen;

- hoeveel personen (organisatie, politiek, politie, brandweer, andere) op een zeker moment aan het roer hebben gestaan en (mogelijks tegenstrijdige) beslissingen hebben genomen;

- de informatie waarover laatstgenoemde personen beschikten bij het nemen van die beslissingen;

- de emotionele, juridische, menselijke gevoelens die meespeelden;

- het wettelijk, reglementair, juridisch kader.

Pas als men over al die elementen (en nog ongetwijfeld een resem meer) beschikt, kan men zich daadwerkelijk trachten een beeld te vormen van wat er gebeurd is, of het gebeuren (deels) aan een menselijke fout toe te schrijven is en of hiervoor iemand aansprakelijk kan/moet gesteld worden.

Wat ik wél weet, is dat:

- er vijf mensen overleden zijn. Diens nabestaanden hebben geen enkel baat bij scheldpartijen en geroep en getier allerhande op het internet. Een beetje respect naar hen toe zou meer dan welgekomen zijn;

- er tal van zwaargewonden zijn. Ik las ergens dat een jongen zijn arm zou kwijtgeraakt zijn. Diens leven is dus ook onherroepelijk geschonden. Ook zij verdienen medeleven en respect. 

- er zeker de nodige vragen moeten gesteld worden, deels om na te gaan of iemand aansprakelijk is en deels (en nog meer) om veiligheidsmaatregelen verder op punt te stellen. Doch dat moet dan wel op het gepaste moment, in een serene context en met alle informatie (zie hierboven) geschieden.

- uiteindelijk zal het een en ander ongetwijfeld eindigen in een juridische discussie, waarbij een van de kernvragen zal zijn of dit overmacht was of niet. Ik heb daar het antwoord niet op. Die vraag zal soeverein door rechters beantwoord worden, waarbij hun toepassing van de notie overmacht op zich alleen al een enorme invloed zal hebben op dit vraagstuk. Zonder in details te gaan, weet dat er twee soorten overmacht bestaan: absolute overmacht enerzijds (waarbij men dus dient aan te tonen dat het sowieso totaal onmogelijk was om iets vermijden, welke inspanningen men ook had verricht) en relatieve overmacht anderzijds (waarbij men dient aan te tonen dat men alle redelijkerwijs te vereisen inspanningen heeft geleverd);

- ik zou niet in de schoenen van de organisator willen staan. Los van de enorme juridische, financiële en praktische gevolgen die deze tragedie heeft en zal blijven hebben op zijn levenswerk, is het besef dat er doden zijn gevallen op zijn festival een onmenselijke last, die hij, vrees ik, zal blijven dragen tot het einde zijner dagen.

En laat nu het gerecht zijn werk doen voor de eventuele juridische gevolgen en de tijd haar helend werk voor allen die door deze tragedie geraakt zijn.

Als het recht ernstig krom is.

Posted: June 28, 2011 in Nederlands, Ramblings
Tags:

Een kleine bloemlezing.

Toen het Hof van Beroep in Brussel, in 1888, moest oordelen over het verzoek van Marie Popelin, de eerste Belgische vrouw met een rechtendiploma, om tot de Brusselse balie toegelaten te worden, stelde zij voor recht dat:

“ …la nature particulière de la femme, la faiblesse relative de la constitution, la réserve inhérente à son sexe, la protection qui lui est nécessaire, sa mission spéciale dans l’humanité, les exigences et les sujétions de la maternité, l’éducation qu’elle doit à ses enfants, la direction du ménage et du foyer domestique confiée à ses soins, la placent dans des conditions peu conciliables avec les devoirs de la profession d’avocat et ne lui donnent ni les loisirs, ni la force, ni les aptitudes nécessaires aux luttes et aux fatigues du Barreau”.

Het Amerikaanse Supreme Court had in 1857 in de zaak Dred Scott v. Sandford geoordeeld dat de zwarte medemensen

“(are) beings of an inferior order, and altogether unfit to associate with the white race, either in social or political relations, and so far inferior that they had no rights which the white man was bound to respect”.

Dichter bij huis en in de tijd heeft het Italiaanse Hof van Cassatie, in 1999, geoordeeld dat een vrouw die een jeansbroek draagt niet kan verkracht worden, aangezien

“het een algemeen ervaringsfeit is dat een spijkerbroek niet kan worden uitgetrokken zonder medewerking van wie hem draagt”

Hetzelfde Italiaanse Hof van Cassatie heeft in 2006 gerecidiveerd door ditmaal te stellen dat

“een verkrachting minder erg is als het slachtoffer geen maagd meer is”.

Schandalige uitspraken, dat staat buiten kijf. Vaak hebben ze overigens tot revoltes geleid die op hun beurt maatschappelijke omwentelingen teweeg hebben gebracht.

Nochtans zijn het allemaal uitspraken die in Westerse democratieën zijn gewezen door hoge, ja zelfs, de hoogste gerechtshoven. Vermoedelijk waren het de stuiptrekkingen van vergane wereldbeelden, verzinnebeeld door de oudere, mogelijks bejaarde rechters die fin-de-carrière-gewijs voormelde gerechtshoven bevolkten. Maar ze zijn toch maar gewezen, die beslissingen, met alle gevolgen van dien voor de betrokken rechtsonderhorigen.

De vraag die ik me daarbij stel: welke beslissingen zouden er heden ten dage gewezen worden die binnen 10, 20, 100 jaar tot het nodige wenkbrauwengefrons zullen leiden? Welke wereldbeelden zijn nu nog aanvaardbaar, doch zullen in de al dan niet nabije toekomst totaal verketterd worden? Welke hedendaagse visies zullen door onze kleinkinderen smalend en op hoongelach onthaald worden? Welke evidenties zullen door de tand des tijds vergruizeld worden? Welke fouten zijn we nu allen aan het maken?

“Het kan verkeren”, zei Bredero, en hij had absoluut gelijk!

Ik heb recent een zaak gepleit die draaide rond het portretrecht van een gedetineerde. De persoon in kwestie was meer bepaald ongeveer een deceenium geleden veroordeeld in een spraakmakende moordzaak in het Vlaamsche land en verzette zich tegen de reproductie van een foto waarop hij stond afgebeeld in een Vlaams weekblad.

 

Hij beriep zich daarbij o.a. op het zogenaamde “droit à l’oubli”. Deze notie – de naam zegt het zelf al – houdt in dat men het recht heeft om ‘vergeten’ te worden, meer bepaald dat een bepaalde misstap (en per extensie bepaalde keuzes die men ooit gedaan heeft en waar men nu niet meer achterstaat) niet meer ‘sur la place publique’ wordt gebracht.

 

Wanneer u immers verdacht wordt van / veroordeeld bent wegens een bepaald misdrijf, dat voldoende belangrijk is om aan het publiek meegedeeld te worden (typevoorbeeld: moord) kunt u zich niet verzetten tegen persartikelen waarin de moord in kwestie besproken wordt en u dus met naam, toenaam én foto wordt afgebeeld. Men gaat er immers van uit dat uw recht op privé-leven (dat u principieel toelaat om u te verzetten tegen het publiekelijk te grabbel gooien van uw persoon) moet wijken voor het recht van de pers om het publiek te informeren en het hiermee gepaard gaand recht van het publiek om geïnformeerd te worden.

 

Zo kon bijvoorbeeld Els Clottemans – om maar een zeer bekend voorbeeld te noemen – zich niet verzetten tegen de vele artikelen die aan haar en aan de beruchte parachutemoord gewijd zijn, gelet op het algemeen belang om hierover te berichten (onder voorbehoud van correcte en niet al te sensatiegerichte berichtgeving). Maar wanneer dezelfde Els Clottemans binnen x jaar vrijgelaten zal worden, haar straf zal uitgezeten hebben en dus haar schuld aan de maatschappij ingelost zal hebben, heeft ze het recht om dat hoofdstuk van haar leven af te sluiten, heeft ze het recht om opnieuw tot de anonimiteit toe te treden, om niet meer te pas en te onpas herinnerd te worden aan de moord op haar vermeende liefdesrivale.

 

Het ‘droit à l’oubli’ is een oude notie, die nu echter geconfronteerd wordt met een ‘nieuw’ fenomeen, m.n. het internet. In vervlogen tijden was het immers vrij moeilijk om informatie te bekomen over vergane processen. Op die enkele processen na die in de geschiedenisboeken waren opgenomen (Julien ‘vive la république’ Lahaut bijvoorbeeld) bleef de meerderheid aan ‘gewone’ strafzaken beperkt tot tijdelijke verslaggeving in kranten en televisie. M.a.w., eenmaal de zaak afgerond was, moest je al de nodige moeite doen om informatie te bekomen over die procedures (kranten aanschrijven, oude nummers bestellen, persmap samenstellen, enz.). Het was een tijdrovend proces waardoor de meeste processen al gauw effectief in de nevelen des verledens verdwenen.

 

Maar nu is er dus het internet, of meer bepaald Google (en collega’s zoekmachines). Een naam in het zoekbalkje ingeven en, hopla, de resultaten stromen binnen. Koppel dat aan het feit dat meer en meer kranten hun archieven online plaatsen (al dan niet tegen betaling), dat heel wat ‘gewone’ burgers zich via hun blogs geroepen voelen om de actualiteit te becommentariëren door de nodige posts en beschouwingen te wijden aan diverse processen en ieder strafproces (of andere gebeurtenis van maatschappelijk belang) laat zijn sporen na in het digitaal landschap.

 

Moet het ‘droit à l’oubli’ dan maar naar de vergeetput verbannen worden? Neen, toch niet. Dit recht houdt immers in dat men zich kan verzetten tegen het ongewild vermeld worden van een gebeurtenis waar men niet meer geassocieerd wil worden en waar de tijd haar helende werking voor verricht heeft.

 

Zelfs indien informatie nu veel gemakkelijker toegankelijk is, dient men nog steeds de keuze te maken om een naam in te geven en informatie terug te vinden over een bepaalde persoon. Dat is dus een individuele keuze van individuele surfers die op zoek gaan naar welbepaalde gegevens. Daar kan geen enkele veroordeelde iets tegen doen, net zomin hij/zij vroeger een geïnteresseerde kon verhinderen om archieven af te schuimen. De geschiedenis heeft immers ook haar rechten en het ‘droit à l’oubli’ mag niet gelijkgesteld worden met geschiedvervalsing.

 

Indien niemand dus ooit kan verhinderen dat een individu doelbewust zelf op zoek gaat naar informatie, is het een totaal ander paar mouwen wanneer een persorgaan een oude zaak van onder het stof halt en dus haar lezers ongevraagd opnieuw confronteert met de gegevens van de protagonisten in kwestie, die hun verleden weer opgerakeld zien.  Daar kan men zich tegen verzetten, aangezien dergelijke oprakeling wel degelijk strijdig is met voormeld recht.

 

Het ‘droit à l’oubli’ heeft dus nog geen ticketje richting Museum der Verdwenen Principes verdiend, weze het dat het moeilijker is geworden, door de opkomst der nieuwe technologieën, om de mantel der anonimiteit opnieuw volledig aan te doen.

 

Bloggen en recht {02} – inleiding.

Posted: March 22, 2008 in recht
Tags:

[aanbevolen achtergrondmuziek: The Clash met I fought the law]

Alvorens concreet een aantal vragen te beantwoorden die blijkbaar in bloggend Vlaanderen leven, leek het me nuttig om een algemene inleiding te geven over de relatie tussen bloggen en recht. Dit o.a. om een aantal vrij hardnekkige misverstanden de wereld uit te helpen.

Zo hebben velen blijkbaar de indruk dat het Internet een vrijhaven is, een juridisch vacuüm als het ware. Surf eens rond en je zou versteld staan hoe vaak je statements leest als “op het Internet is toch geen recht van toepassing” of “iedereen mag doen wat hij wil op het Internet” e.d.m.

Dat is natuurlijk quatsch van het zuiverste slag. Op het Internet in het algemeen – inclusief dus het bloggen – zijn wel degelijk rechtsregels van toepassing. Waar deze stelling zijn oorsprong vindt, weet ik niet met zekerheid, doch ik vermoed dat een aantal oudere vonnissen aan deze grondslag van deze boude mening liggen. In de beginjaren van het Internet as we know it, toen voornamelijk de audio(visuele) industrie zich zorgen begon te maken, heeft deze laatste immers een paar geruchtmakende nederlagen geleden tegen de eerste file-sharing sites. Het wetgevend arsenaal was immers niet gewapend tegen de razendsnelle technologische evolutie, zodat bepaalde rechters niet anders konden doen dan vaststellen dat de gewraakte handelingen geen inbreuk uitmaakten. Om een idee te geven: België heeft meer dan een eeuw lang dezelfde auteurswet gehanteerd, met name die van 1886. Pas in 1994 werd deze vervangen. Dat betekent dat men dus begin jaren ’90 ten strijde moest trekken tegen namaak van computerprogramma’s met een wet die dateerde van de tijd dat er zelfs nog geen radio bestond, laat staan televisies, laat nog veel langer staan computers!

Vandaar dus dat de eerste juridische beslissingen over het Internet niet altijd hielpen om duidelijkheid te scheppen. Daarbij waren tevens de internationale dimensies van het Internet enerzijds en het feit dat rechtbanken op technologisch vlak zelden bij de pinken zijn anderzijds ook schatplichtig aan deze evolutie.

Maar, zoals gezegd, is dit geloof, deze urban legend als het ware, absoluut verkeerd. Bloggen is, net zoals alle handelingen die u in de “echte wereld” stelt, wel degelijk een handeling die rechtsgevolgen kan en zal hebben.

“Welk recht moge dan wel van toepassing zijn?” hoor ik sommigen onder u denken. Bestaat er iets als “het internetrecht”? Neen.

Er bestaat niet iets als “Het Internet Wetboek”. In werkelijkheid is er een “mix” toepasselijk: sommige algemene regels zullen onverminderd van toepassing zijn op alle handelingen die u als blogger stelt (denk aan: art. 1382 B.W., regels inzake laster en eerroof, intellectuele eigendomsrechten, de wet handelspraktijken als u een handelaar bent, enz.).

Daarnaast bestaat er een groeiend pakket aan regels die specifiek op de elektronische omgeving van toepassing zijn (zoals daar zijn: regels inzake elektronische reclame, de aansprakelijkheid van de diverse providers, enz.).

Om te weten of (de inhoud van) een bepaalde blogpost juridisch door de beugel kan en – zo niet – wie aansprakelijk is, zal dus vaak naar beide soorten regels moeten gekeken worden.

Tenslotte nog dit: hoed u voor valse profeten. Op het Internet circuleren tal van meningen, opinies en andere adviezen van zogenaamde experts die er in werkelijkheid bitter weinig van afweten. Een bijzondere episode staat nog vers in mijn geheugen gebeiteld: de bekende Nederlandse site Flabber had foto’s gepubliceerd van de autopsie van Julie en Melissa en ontving daarvoor prompt een ingebrekestelling vanwege de ouders van de vermoorde meisjes. Getrouw aan zijn reputatie plaatste Flabber al even prompt die ingebrekestelling online. De vele honderden reacties die daarop volgden krioelden van allerhande adviezen, waarvan de ene al gekker was de andere, tot het verregaande “er staat een schrijffout in, dus die brief is niets waard”… Tja.

Natuurlijk kunt u zich nu afvragen of ik ook niet tot die categorie moet gerekend worden. Zij die mij kennen, zullen (hopelijk!) kunnen beamen dat dit niet het geval is. Aan u natuurlijk om zelf uw mening te vormen op basis van de posts die ik aan uw vragen zal wijden…

Bloggen en recht {01} – vraagstelling.

Posted: March 19, 2008 in recht
Tags:

Op algemene aanvraag – in werkelijkheid op verzoek van drie commentatoren – ben ik bereid eens een paar posten te wijden aan de mogelijke juridische gevolgen van het bloggen.

Ik zou de naam jurist niet waardig zijn indien ik niet onmiddellijk een paar beperkingen, disclaimers en andere aansprakelijkheidsherleidende bepalingen zou laten gelden:

1) het is niet mijn bedoeling om de volledige juridische situatie van een blogger uit te leggen. Daar bestaan heuse handleidingen voor. Ik zou eerder een aantal vaak voorkomende thema’s willen behandelen.

2) ik zal noodgedwongen samenvattend te werk gaan. Alles tot in de kleinste details behandelen is niet mogelijk binnen het bestek van deze blog en is m.i. ook niet wenselijk. Er zijn immers zodanig veel mogelijke variaties en scenario’s denkbaar dat het ondoenbaar is om die allemaal uit de doeken te doen. Het zullen dus de grote lijnen en algemene principes worden.  

3) de artikelen in kwestie zullen mijn mening weerspiegelen op basis van bestaande rechtspraak, rechtsleer en wetgeving. Aangezien ik af en toe samenvattend (en dus mogelijk wat kort door de bocht) tewerk zal gaan, kan het zijn dat uw bijzondere situatie een genuanceerd antwoord, dan wel een aanvulling verdient. Bij juridische problemen is het altijd beter om gespecialiseerd advies in te roepen. Ik aanvaard dus ook geen aansprakelijkheid indien u bepaalde beslissingen zou nemen op basis van wat ik in mijn artikelen zal schrijven (aangezien die niet opgevat zijn als specifiek advies).

Als thema’s dacht ik aan het volgende:

- intellectuele eigendomsrechten (auteursrecht, merkenrecht, enz.). In hoeverre mag u MP3′s, strips, films, e.d.m. in uw blog opnemen, dan wel ernaar verwijzen? Hoe zit het met foto’s, etc. ?

- laster en eerroof. In welke mate mag u iemand aan de schandpaal nagelen? Wat zijn de grenzen? Welke risico’s loopt u?

- bronnengeheim. Kan een blogger net als een journalist zich op het bronnengeheim beroepen?

Zijn er andere thema’s / vragen die leven in blogland? Drop ze in de comments en wie weet wijd ik er wel een artikel aan.