Dat was de titel van het boek dat ik opmerkte toen ik deze morgen onze jongste spruit in de kleuterklas afzette. Daarover bevraagd, bevestigde de kleuterjuf dat het boek in kwestie gebruikt wordt om de gevolgen van een echtscheiding in voor kinderen bevattelijke termen uiteen te zetten.
Ze klonk niet op haar vrolijkst en benadrukte dat het voor kinderen, die een ouderlijke echtscheiding moeten ondergaan, een pijnlijke ervaring is en blijft, waarbij ze het vooral moeilijk hebben om de zaken te begrijpen en te plaatsen (een blijkbaar klassieke vraag – een en al uit kinderlogica opgetrokken – is “als de liefde tussen papa en mama verdwenen is, kan hun liefde voor mij dan ook verdwijnen?”).
Het boek zal dus onmiskenbaar zijn nut hebben.
Toch kan ik niet verhullen dat de titel ergens wel steekt. Waarom is het alweder papa die het huis moet verlaten? Ik weet wel dat dat jarenlang de dominante regeling is geweest (mama blijft met de kroost in de gezinswoning vertoeven, terwijl vader een andere woonst intrekt – al dan niet met een twintig jaar later dan hem geboren jonkvrouw aan zijn zij (oei, nog een cliché!)). Maar nu is het een en ander toch een stukje evenwichtiger geworden. Gelijkheid der geslachten, en zo, weet u wel? Konden ze dan ook geen neutralere titel kiezen? “Papa en mama wonen niet meer samen”of nog “Plots zijn er twee huisjes” (jaja, titels bedenken is nooit mijn forte geweest, move along).
Naar het schijnt is het fenomeen genaamd echtscheiding overigens aan een andere evolutie onderhevig. In het verleden werden door de ex-echtgenoten heroïsche gevechten geleverd om de kinderen zoveel mogelijk bij zich te hebben, waarbij de vader vaak zijn kinderen amper één weekend om de veertien dagen toegewezen kreeg. Uit een bijzonder goed ingelichte bron weet ik dat rechtbanken heden ten dage steeds meer met de gelijklopende vraag van beide ouders geconfronteerd worden om de kinderen zoveel mogelijk … aan de andere ouder toe te kennen! De ouders willen hun relatie met hun nieuwe partner immers “alle kansen geven” of, nog grover, nu “eindelijk wel eens tijd voor zich hebben”. Het zou vroeger ondenkbaar geweest zijn, doch het past blijkbaar in de huidige Zeitgeist, waarbij het “ik” alle prioriteit moet krijgen. Zelfs ten koste van de kinderen, die het nochtans ook niet gevraagd hebben om op deze wereldbol verdwaald te geraken.
Ach, het blijft mij steeds meer verbazen hoe men hic et nunc voor het minste geringste drie diploma’s, vijf officiële goedkeuringen, zeven deurwaardersexploten en achttien ambtenarenverslagen moet kunnen voorleggen, terwijl de meest ingrijpende beslissing die een mensch maken kan – de procreatie – aan geen enkele beperking is onderworpen.
Maar over dat stokpaardje entertain ik u wel op een volgende gelegenheid.