Grin.
Variation on a theme:
The clock is ticking. Furiously. Mercilessly.
If by August 2nd 2011 the American Congress and President Obama haven’t reached an agreement to raise the debt ceiling, America the world is going to face a financial storm from the likes rarely seen before. And it’s not as if the world economic health is topnotch right now. That this whole matter has evolved into a crisis is an understatement.
To summarize the whole debate: the Republicans will only raise the debt ceiling if spending is cut furiously (living up to their motto “less government spending”), while Democrats push for more taxes on the rich (or more accurately: put an end to some tax cuts granted to the (super)rich under the Bush area).
I don’t claim to have the whole picture and I’m the first one to realise that opinions and articles found on the web are often biased, yet I have the very clear impression that Republicans are the ones playing the most dangerous and unfair game:
- the debt ceiling has been raised numerous times in the past since its creation back in 1917, some 74 times since 1962 (source);
- it has been raised many times between 2002 & 2010, when a certain G.W. Bush – Republican last time I checked – was mostly President (see a/o this page);
- the US debt doubled under Bush and even tripled under Reagan’s watch, the other Republican hero;
- US tax rates are now, to a great extent, lower than under Reagan and even under Eisenhouwer (source);
- tax rates for the rich have dwindled from some 30 % to 18 %;
- the Bush tax cuts and wars (Irak, Afghanistan) are the principle reasons for the recent surge in US debt (source);
- some Republican leaders acknowledge they’re playing with fire and that defaulting on America’s debt would lead to a financial catastrophe;
Why are the Republicans taking such risks? Has the Tea Party taken over? Have they still not overcome the fact that their President has a more tanned skin than his 43 predecessors? Have they all become fan of “après moi le déluge”? Or are they raising the stakes in a game of bluf poker to a level not seen before?
But the one question that I keep asking myself all the time: why isn’t the average Joe not responding to this ? How come the American public is watching this catastrophy in the making without reacting to it?
If anyone can provide a sound explanation : I’m all ears!
Bij het rondstruinen in de Fnac botste mijn lodderig oog op de cover van het recentste Kiekeboe-album “Nood in Macadamia”.
Aanschouw vooral zelf:
Heu… ben ik aan een bril toe, is Fanny wel extreem soepel of klopt er gewoonweg iets niet op anatomisch vlak tussen Fanny en de blonde jongedame die ze in een wurggreep houdt? Ze lijken wel letterlijk in elkaar verstrengeld. Ofwel is de blonde dame in kwestie flinterdun ofwel kan Fanny haar rug gedeeltelijk in bochtvorm plooien, edoch m.i. klopt het eenvoudigweg niet.
U?
Michel heeft twee posts gewijd aan dagdagelijkse zaken die in ongebruik zijn geraakt door de voortschrijdende technologische evolutie (voor klikfobisten: het gaat om een audiocassette en een telefooncabine). Hij voegt er de volgende bedenking aan toe:
…en bedacht ik: onze kinderen zullen, als ze dat willen, nooit meer onbereikbaar zijn. Zullen nooit meer verloren lopen. Nooit meer dagen aan een stuk met “die acteur in die film, wie was dat ook alweer?” in hun hoofd zitten. Nooit zich moeten afvragen wie Johannes Nepomucenus was, of wat mensen in de loop der eeuwen over phlogiston dachten, of hoe ze crème anglaise moeten maken.
Tout ça frappe comme une boîte.
En toch, ondanks mijn onvoorwaardelijk geloof in de voortschrijdende technologie en haar potentieel probleemoplossend vermogen, maakt een melancholische oprisping zich af en toe van mij meester. Zo klopt het dat het internet ongekende mogelijkheden biedt, doch tegelijkertijd heeft het de “fun” van vele zaken doen verdwijnen.
Zo herinner ik mij in mijn jeugdiger jarer vele weekenden op allerhande beurzen gespendeerd te hebben, na voor dag en dauw opgestaan te zijn, diverse treinen gecombineerd te hebben, regen en hondenweer trotserend (ondergetekende heeft menig rijbewijsloze jaren overleefd) om dan eindelijk, zoeklijst licht trillend in de hand, stand na stand te doorzoeken, met mede-verzamelaars een praatje te slaan, ervaringen uit te wisselen, te vloeken als dat ene boek net voor mijn ogen weggegrist werd teneinde dan ‘s avonds het openbaar vervoer in omgekeerde richting te nuttigen, trotse eigenaar geworden zijnd van een aantal aanwinsten en mijn zoeklijst enkele doorstreepte items rijker.
Heden ten dage volstaat het om de woorden “www.ebay.com” in een webbrowser in te geven en vervolgens creditcard-gewijs een verzameling bij elkaar te shoppen. Je hoeft er niet eens het huis meer voor uit. Het kan aanleiding geven tot wondermooie verzamelingen, doch ontdaan van enige noemenswaardige ontstaansgeschiedenis en anecdotes (sommige strips zijn mij meer waard omwille van de wijze waarop ik ze heb verkregen dan om de inhoud zelf).
Idem voor muziek. Vroeger ving je flarden van een nummer op (op een fuif, op televisie, op de radio, enz.) en begon een zoektocht naar de titel en de artiest om vervolgens te hopen dat een opname te koop was in een muziekwinkel. Zeker voor wat oudere nummers van one-hit-wonders was het zoeken naar een oude compilatie die nog ergens tussen de onverkochten lag te smeken om eindelijk aangeschaft te worden. Heden ten dage volstaat eenvoudigweg Youtube om alle mogelijke nummers van alle mogelijke tijdperken ten allen tijde te aanhoren.
Is dit een pleidooi om het internet dan maar af te schaffen? Terug naar pen en papier, de luit en de loden boterhamdoos? Welintegendeel, aangezien het internet een onmiskenbare en onvervangbare bron aan informatie en content is, die ettelijke voordelen bevat ten aanzien van het pre-web tijdperk.
Maar ik kan niet om de vaststelling heen dat het hap-slik-weg gebeuren van heden ten dage niet altijd dezelfde mate van genoegdoening bezorgt als het vroegere gepuzzel en gezoek. Call me old fashioned, but the hunt is often better than the catch indeed.
Naar aanleiding van de – helaas – quasi onvermijdelijke uitkomst van Amy Winehouse’s zelf-destructieve levensstijl, titelt De Standaard: “27, een vervloekte leeftijd“.
Het betrokken artikel vervolgt: “27 lijkt immers een vervloekte leeftijd voor grootheden uit de rock-’n-roll geschiedenis“, want “het lijstje muzikanten dat op 27-jarige overleed is impressionant“.
En als bewijs van deze boude stelling haalt D.S. royaal … zes (6!) voorbeelden aan van zangers die overleden zijn op 27-jarige leeftijd, waarvan de eerste – Robert Johnson – reeds in 1938 het bijltje erbij neergelegd heeft.
M.a.w., zes voorbeelden op 73 jaar popgeschiedenis. Of nog anders gezegd, met Amy Winehouse erbij, minder dan één op 27 lentes overleden idool per decennium… En dat zou dan de boude stelling (en bijhorende titel) moeten rechtvaardigen dat 27 een ‘vervloekte’ leeftijd zou zijn.
Hoeveel pop- en rockidolen zouden reeds naar de eeuwige jachtvelden vertrokken zijn sinds 1938? Zelfs als men slechts rekening zou houden met Engelstalige zangers, moeten het er ettelijke duizenden zijn, die op verschillende leeftijden zijn gestorven. Sommige jong, de meeste op latere leeftijd, de ene aan een overdosis illegale substanties, de andere aan een ongeval en de derde aan een ziekte.
M.a.w., zangers sterven, net zoals de gemiddelde medemens, op alle leeftijden en om diverse redenen. Het loutere toeval dat een aantal onder hen op 27-jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld hebben is m.i. dan ook zeker geen sensationele titel waard.