
Het was het voorbije weekend enige persaandacht waard: het (mini-)relletje over de Beerselse NVA pensen-kermis waarbij de deelnemers ballen konden gooien naar een gestyliseerde tekening van Elio Di Rupo. De zoveelste passage in het politiek/communautair circus van de voorbije jaren (waarbij jammer genoeg steeds meer op de man wordt gespeeld – in dit geval zelfs letterlijk) waar dan plots, en fin de week-end, een onverwacht auteursrechtelijk staartje werd aan gebreid.
Bleek immers dat de tekening in kwestie van de hand van de Vlaamse überblogger Michel Vuijlsteke was and he was not amused. Geen half uur na de publicatie hing Belga aan zijn lijn en een persbericht later stond ook dit gegeven in zowel De Standaard als HLN. Met uiteraard de nodige reacties van de fine fleur der menschheid zowel op de originele blogpost als op HLN.be. Maar dit terzijde.
De vraag die zich immers automatisch aandiende was: heeft Michel Vuijlsteke wel een punt? Is hier wel sprake van enige inbreuk op zijn rechten? Velen denken immers dat iedere overname van andermans werk ofwel automatisch een inbreuk inhoudt (quod non), dan wel in deze Internetachtige vrijhaventijden sowieso toegelaten is (quod certe non!).
Bij deze dus: een korte analyse van het “dossier” Michel Vuijlsteke v. NVA.
De eerste vraag die men zich in dergelijke situatie steeds moet stellen is of het overgenomen werk überhaupt beschermd is. Aangezien ik ervan uitga dat Michel Vuijlsteke zijn werk als T&M noch als merk neergelegd heeft, is er maar een intellectueel eigendomsrecht mogelijks van toepassing in deze: het auteursrecht.
Het auteursrecht beschermt alle werken die (i) in een bepaalde vorm gegoten zijn en (ii) origineel zijn.
De vormvereiste houdt in dat het werk het ideeënstadium moet ontgroeid zijn. Dat is duidelijk het geval, aangezien de idee (“een minimalistische tekening van Di Rupo maken”) concrete uitwerking heeft gekregen. Getuige daarvan de tekening in kwestie. Deze voorwaarde is dus duidelijk vervuld.
Is de tekening ook origineel? De klassieke definitie is dat een werk origineel is wanneer het (i) het resultaat is van een intellectuele inspanning, (ii) waaruit dan de stempel van de auteur moet voortvloeien. M.a.w., het werk mag geen evidentie zijn (als iedereen op hetzelfde resultaat zou uitkomen, dan is het niet origineel) én de auteur moet een aantal keuzes gemaakt hebben bij de totstandkoming van zijn werk. Klinkt dit als een wat vage definitie, die veel ruimte laat voor subjectiviteit? Bingo, u heeft gewonnen (en mag nog eens met de ballen gooien)! Enkel een rechtbank kan immers beslissen of een werk origineel is of niet, hetgeen soms leidt tot verrassende vonnissen en arresten, aangezien de beslissing afhangt van het subjectieve aanvoelen van de rechter(s) die hierover moeten oordelen.
Uit persoonlijke ervaring lijkt me dat Michels tekening, die Elo Di Rupo herleidt tot het alleressentiële (een haarsnit, de strik), in een strakke, minimalistische stijl wel degelijk origineel is en dus voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Maar, zoals gezegd, enkel de rechtbanken hebben hierin het laatste woord.
En passant help ik een tweetal misverstanden over het auteursrecht de wereld uit:
- het auteursrecht ontstaat zonder formaliteiten. Men moet een werk dus nergens deponeren, geen lid zijn van SABAM, geen taksen betalen, nada. De creatie volstaat op zich om het auteursrecht te doen ontstaan.
- het feit dat er 101 tekeningen / foto’s van Elio Di Rupo bestaan, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om een originele tekening te maken van die persoon (uiteraard slechts voor zover Michel Vuijlsteke niet klakkeloos andermans tekening overgenomen zou hebben!).
Bon, we kunnen ervan uitgaan dat Michel Vuijlsteke zich de trotse auteur (in juridische zin) van een werk mag noemen. Mocht de NVA zijn werk gebruiken?
Het antwoord is simpel: neen.
Om andermans werk te gebruiken moet men de (schriftelijke) toestemming van de auteur hebben. Die ontbreekt manifest, gelet op Michel Vuijlstekes reactie. En het feit dat Michel Vuijlsteke zijn werk op het internet geplaatst heeft, is absoluut niet gelijk te stellen met enige vorm van toestemming.
Kan de NVA zich beroepen op enige uitzondering in de wet? Neen. Deze uitzonderingen (parodie, citaatrecht, actuele verslaggeving e.v.a.) zijn niet van toepassing in dit geval.
Ergo: de NVA heeft zich bezondigd aan een auteursrechtelijke schending van andermans werk.
Wat kan Michel Vuijlsteke nu doen, moest hij dat willen ? Samengevat heeft hij de keuze tussen:
- een stakingsvordering, zijnde een vrij snelle procedure, waarbij enkel het einde van de inbreuk (al dan niet op straffe van dwangsom) wordt beoogd. Schadevergoeding komt hier niet aan te pas.
- een gewone procedure inleiden, die trager gaat, maar waarin het schade-aspect wél zal behandeld worden. Het komt daarbij aan Michel om te bewijzen (1) dat hij schade heeft geleden en (2) hoeveel schade hij geleden heeft (“hij die eist, bewijst” ofte “actori incumbit probatio” om het dan in het Latijn te zeggen)
- een strafklacht indienen, doch dan moet hij het moreel element kunnen aantonen.
Zo heet zal de soep duidelijk niet gegeten worden, heeft Michel Vuijlsteke al laten weten als reactie op de bewuste blogpost. Misschien kan de NVA, naast een boeket bloemen of andere goedmaker te sturen, de volgende keer gewoon haar eigen programma toepassen:
“Natuurlijk mogen we onze ogen niet sluiten voor schendingen van het auteursrecht.Cruciaal is de aanpak bij de bron: diegene die werken ongeoorloofd verspreidt, zeker wanneer hij eraan verdient. Er zijn snelle en efficiënte procedures nodig om zaken offline te halen (op verzoek van een onderzoeksrechter en met bescherming van hostingbedrijven tegen claims van hun klanten bij onterechte take-down), huiszoekingen te doen en de servers te controleren.”
Waarvan akte.










