En daarmee kwamen we dus aan bij wat men in de Middeleeuwen een herberg zouden genoemd hebben: The Pod Hotel. Het was een goed hotel en ik durf het, met een paar nuances, aanraden. Pluspunten waren netheid, ligging (op wandelafstand van het stadscentrum), vriendelijkheid van het personeel en buurt. Relatieve minpunten waren de prijs (we dachten dat het eerder goedkoop was, maar het zou blijkbaar mogelijk zijn om voor een gelijkaardig budget een nog beter hotel te vinden), de “grootte” van de kamers (we hadden gelukkig een Queen-size bed hetgeen resulteerde in net die broodnodige extra m2) en vooral het geluid. De deuren en muren zijn aan de eerder dunne kant, zodat de ligging van de kamer een kapitale rol speelt. Wij zaten eerder verder op de gang, maar er bleken ook een aantal kamers te zijn die op de lift uitgaven. Met als gevolg dat de bewoners van die kamers niet alleen konden genieten van een luid getsjangel telkenmale de liftdeur openging, doch ook van een minuut (of meer) muzikaal intermezzo uit de liftboxen. Rekening houdend met het feit dat in dergelijke hotels het de hele dag (en nacht) door een va-et-vient van jewelste is en ik kan u verzekeren: hadden wij een van die kamers toegewezen gekregen ik zou binnen het half uur aan de receptie gestaan hebben om een beter gelegen kamer te bedingen. Onthoud dus dat, als u ooit in The Pod Hotel wenst te logeren, u best op voorhand een rustige kamer vraagt, ver van enige liftdeur.
Eenmaal ingecheckt en de kleren half uitgepakt trokken we erop uit, New York in! Woe ende hoe!
Het grote voordeel van New York is dat je weg bijzonder gemakkelijk vindt in genre 80 % van de stad, gelet op het gebruik van Avenues die van Noord naar Zuid trekken en die gekruist worden door van Oost naar West gaande lineair doorgenummerde straten (Wij zaten in 51st street bijv.). U hoeft dus geen wildvreemden aan te spreken om te weten waar straat Huppeldepup dan wel het Exotisch Naam Steegje terug te vinden is. Een minimale kennis van wiskunde (genre: tot 100 kunnen tellen is ruimschoots voldoende) volstaat om in het gros van de stad uw bestemming te kunnen bereiken. De overige 20 % van de stad zijn van het eerder klassieke genre (kronkelende straten met gevarieerde namen), maar dan dienen dan ook de straatplannen voor.
Wat mij onmiddellijk opviel was hoe groot de gebouwen in New York zijn. Als je daar rondloopt begrijp je waar de term wolkenkrabber vandaan komt. Vergeet de gebouwen die ons straatbeeld sieren! Die verhouden zich als een pygmee met dwergneigingen die sinds zijn geboorte in een strak korset is geduwd opzichtens een uit de kluiten gewassen NBA-basketter die als training dagelijks een halfuur uitgerokken wordt door twee Russische aan amfetaminen verslaafde bodybuildsters . In bepaalde straten voel je je echt nietig. Al even opvallend daarbij is dat sommige gebouwen klaarblijkelijk ooit boven New York getorend moeten hebben om nu in het niets te verzinken bij hun jongere buren die nog tweemaal zo hoog gebouwd zijn. Voeg er nog regelmatig wat grensverleggende architectuur aan toe en eenvoudigweg rondlopen in de New Yorkse straten is op zich al een waar plezier.
Na een snelle hap in een healthy food keten (ik dacht “Fresh foods”) en twee Dafalgans later (vermoeidheid oblige) komen we aan bij de Rockefeller tower. De uitleg die je in het gebouw krijgt is niet zo spectaculair (alhoewel het eens te meer duidelijk wordt dat de wereld een enorme nood heeft aan visionaire mensen die tegen de stroom in durven roeien) maar het zicht bovenaan de 72e verdieping is het des te meer. Je torent hoogt boven New York uit en het zicht is fe-no-me-naal. Puur genieten. Waar je ook kijkt, zie je fantastische gebouwen, je hebt een schitterend zicht over Central Park en als mieren krioelen de New Yorks overal naar hun respectievelijke bestemmingen heen.
Grote kerken verzinken daarbij in het niets. Proof:
Absolute aanrader!
Na weer op zeeniveau nedergedaald te zijn, hebben we nog een uur of twee rondgewandeld om New York nog meer “tot ons te nemen”, gaande van de randen van Central Park, langs de Apple Store (aka de tempel van het kapitalisme – meer daarover in een latere post) en de diverse Avenues. Des avonds zijn we, na een opfrissing in de hotelkamer, naar een restaurant geweest waarvan de naam me nu even ontglipt, maar die helaas in de categorie ‘veel geld voor weinig eten’ viel. Het was voorwaar lekker (weze het niet uitzonderlijk) maar, u had het geraden, een kleine portie voor veel geld. Gelukkig zou de rest van de week voor de nodige culinaire hoogtepunten zorgen!
Nog dit. Toen ik bovenaan de Rockefeller toren stond, drong het tot me door over welke ongelofelijke mogelijkheden wij heden ten dage beschikken. ‘s Ochtends om 10 u in Brussel vertrekken om rond 15 u (weliswaar met het tijdsverschil) bovenaan de Rockefeller toren te staan. Dat alles aan een prijs die voor een groot deel van de maatschappij betaalbaar is. Bovendien kan je met je smartphone een foto nemen en die onmiddellijk online pleuren zodat je vrienden en kennissen in real time jouw ervaringen delen. Vooraleer u hier schouderophalend op reageert, besef dan dat zelfs het grootste fortuin ter wereld dit amper vijftien jaar geleden niet had kunnen doen. Nu kan eenieder (voor weliswaar een paar honderd euro) dergelijke technologie binnenhalen. Veeleer dan te klagen over een internetverbinding die wat langzamer gaat dan verwacht (ik nodig u met plezier uit naar begin de jaren ’90 alwaar inbelmodems heer en meester waren en het downloaden van de minste foto een engelengeduld vergde) zouden we beter eens stilstaan bij de quasi onbeperkte opties die ons aller ter beschikking staan. We truly are a blessed generation!
