U heeft het ongetwijfeld wel (van dicht of van verre) gevolgd: het Gents restaurant Charlekijn is de eerste afvaller in het VTM-wedstrijdprogramma “mijn restaurant” en dient noodgedwongen een tijdlang zijn deuren te sluiten.
Wat nu indien de Charlekijn foert zou zeggen en alsnog zijn deuren zou openhouden?
Ik weet niet welke soort overeenkomst de uitbaters van de Charlekijn hebben afgesloten, maar ik vermoed dat ze zich ertoe verbonden hebben om hun uitbating een tijdlang dicht te houden op verbeurte van een dwangsom.
Als advocaat zal ik mijn cliënten nooit aanraden om doelbewust hun verbintenissen niet na te leven, tenzij 1) wanneer hun medecontractant dat ook niet doet (voor dit fenomeen bestaat een dure Latijnse uitdrukking die ik u even bespaar) of 2) wanneer de verbintenis manifest onwettelijk is. Voor een verbintenis genre “bij laattijdige betaling moet u een maandelijkse rente van 15 % betalen”zal ik met plezier mijn cliënt adviseren om dit naast zich neer te leggen.
Hier vraag ik me af – doch opnieuw: ik ken de overeenkomst niet, dus het is op zekere hoogte koffiedik kijken – of dergelijke verbintenis wel 100 % rechtsgeldig is. Het verplicht sluiten van een handelszaak – waardoor zo’n 500 reservaties moeten geannuleerd worden – heeft m.i. zeer pijnlijke tot zelfs potentieel dodelijke gevolgen voor dergelijk etablissement. Het afdwingen van dergelijke verbintenis neigt m.i. toch enigszins naar rechtsmisbruik.
Bovendien stel ik me de vraag of VTM die verbintenis wel zou durven afdwingen. Echt sympathiek zou de commerciële omroep nu ook weer niet overkomen…
Dus wie weet, beste Gentbloggers, is er nog een waterkansje hoop dat uw culinaire meeting nog kan doorgaan, zo de Charlekijn even een juridische charlatan zou worden (flauwe woordspeling, ik weet het!).
