En zo kwam het dat we op een eerder druilerige zaterdagmorgen – 12 mei 2012 om precies te zijn – het vliegtuig richting New York namen.
We kozen voor Jet Airways, economy class. Globaal gezien een goede ervaring: vrij ruime zetels (weliswaar nog steeds net iets te krap voor mijn lengte, maar dat ben ik onderhand gewoon geworden), uitvoerige in house entertainment, redelijk eten (wel weinig te drinken, je moest uitdrukkelijk om een extra drankje vragen) en vriendelijke staff. Tijdens de vlucht heb ik me onledig gehouden met Contagion (vrij nietszeggende film vol met plotholes), drie afleveringen van seizoen 19 van The Simpsons (blijft goed zelfs na al die tijd) en het nodige ‘studiewerk’ voor F.A.C.T.S., met name vijf afleveringen van The Big Bang Theory (hap slik weg materiaal met net iets teveel stereotype personages om echt goed te zijn, maar toch vlot verteerbaar).
Een goede acht uur en een al bij al vlotte landing later, werden onze poezelige voeten op Amerikaans grondgebied neergepoot. A small step for me and an even way smaller step for mankind, but hey whatever. USA! Land of the free!
Dat van die “free” mag al onmiddellijk met een korrel zout genomen worden, want we moesten door de douane en paspoortcontrole heen. Op voorhand waren we uit den treure verwittigd: géén grapjes maken, rustig blijven, het gaat lang duren, niet protesteren of je vliegt illico presto terug naar huis. Zelfs het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft de volgende reisaanbeveling mee:
Om eventuele onaangename situaties te vermijden, zoals tijdelijke opsluiting aan de grens of terugzending met de eerstvolgende vlucht naar land van herkomst, is het raadzaam om in alle omstandigheden de zelfbeheersing niet te verliezen en de regels van beleefdheid te respecteren. Weerstand bieden heeft geen zin en heeft vaak enkel een averechts effect.
Dat beloofde… Met bovenmenselijke kracht verdrong ik mijn legendarisch humorgevoel (“kwantiteit, niet kwaliteit!”) en schoven we aan. Amper een kwartier later waren we er al door. Dat ging bijzonder vlotjes. Het luchthavenpersoneel was weliswaar eerder aan de norse kant, maar soit, daar kan ik mee leven. Wat ik een stuk vervelender vond, was dat er vingerafdrukken genomen worden én gezichtsfoto’s (net geen mugshots). Echt welkom voelt men zich zo toch niet en ik vind het een wat minder fijne gedachte dat dergelijke toch uiteindelijk hoogstpersoonlijke informatie (identity theft anyone?) zich op hopelijk degelijk beveiligde computers in de USA bevinden. Maar bon, it’s part of the deal en we wisten dat het op het programma stond.
USA dus! We scoorden vlotjes een taxi die bestuurd werd door een Haïtiaan – zo vernamen we toch na het betere gis- en gebarentaalwerk. De conversatie van de brave man bestond uit “traffic!” en “what a day”. Waar zijn die inburgeringscursussen wanneer je ze nodig hebt? Correct that: zijn beperkte kennis van het Engels stoorde me een stuk minder dan zijn “rijkunst”. Onze chauffeur van dienst vond er niet beter op dan telkenmale de auto voor ons tien meter vooruitgang had geboekt vol gas te geven en vervolgens zijn remmen dicht te gooien. Doe dat een uur lang in een file in een veel te warme auto en de slogan “New Yorkse taxi’s, nu met gratis zeeziekte” kwam spontaan opdwarrelen.
Maar dat alles mocht de pret niet durven! New York, we had made it there (so we could now make it anywhere, hah!). Na een uurtje gas geven/remmen kwamen we toe in ons hotel… maar dat, beste kijkbuiskinderen, is voer voor de volgende episode!
[...] Comments Recollections from N… on Recollections from New York 01…Tech45 Podcast – Tec… on Blogt er op los, gij [...]