Het Hof van Cassatie heeft op 6 maart een principe-arrest geveld dat bloggers een quasi-immuniteit garandeert door de te beslissen dat de persvrijheid niet alleen op de gedrukte pers slaat, doch ook op meningsuitingen via het Internet.
Alvorens op de implicaties van deze beslissing in te gaan, een korte historiek: de grondwetgever van 1831 wou komaf maken met een aantal aberraties van het Nederlandse regime dat de pers grotendeels gemuilkorfd had. Om een herhaling hiervan te vermijden werden twee principes in de grondwet ingeschreven: de persvrijheid enerzijds en de verplichting om drukpersmisdrijven door een assissenhof te laten beoordelen anderzijds.
Wat het eerste principe betreft, stelt artikel 25 Grondwet letterlijk: “De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd.” waarna het principe van de getrapte aansprakelijkheid wordt uiteengezet: “Wanneer de schrijver bekend is en zijn woonplaats in België heeft, kan de uitgever, de drukker of de verspreider niet worden vervolgd.” Dit principe houdt in dat men enkel de auteur (voor zover bekend en in België woonachtig) kan aanspreken voor eventuele drukpersmisdrijven zonder dat de uitgever, drukker of de verspreider kunnen worden lastig gevallen. De grondwetgever van 1831 wou daarmee vermijden dat de uitgevers, uit schrik vervolgd te worden, zelf censuur zouden uitoefenen op de stukken van hun auteurs. Dit principe is weliswaar in de loop der decennia enigszins genuanceerd door de rechtspraak (bijv. wanneer de uitgever zelf een fout maakt), doch houdt op heden globaal nog steeds goed stand.
Het verbod op preventieve censuur maakt ook nog steeds een hoeksteen uit van de persvrijheid in België. Een deel van de rechtspraak was in de laatste decennia wat van het rechte pad afgedwaald (door alsnog in sommige gevallen een publicatie te verbieden nog voor ze verschenen was), doch een recent arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft uitdrukkelijk bevestigd dat de preventieve censuur in België niet door de beugel kan. Enkel de preventieve censuur is verboden. Men kan immers na verschijning nog steeds vragen dat een bepaalde publicatie uit de handel wordt gehaald.
Het tweede principe zit vervat in artikel 150 Grondwet, dat voorziet dat drukpersmisdrijven voor een Assissenhof moeten gebracht worden. Dit houdt de facto een quasi-strafrechtelijke immuniteit in, aangezien de assissenprocedures voor drukpersmisdrijven sinds 1831 – letterlijk ! – op de vingers van één hand te tellen zijn. Dat behoeft niet te verwonderen, aangezien een assissenprocedure niet alleen loodzwaar is (en de inzet van heel wat al te schaarse middelen vereist) doch bovendien is de kans groot dat de jury de kant van de journalist kiest. Een wetswijziging heeft hierop één uitzondering voorzien : drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie zijn ingegeven kunnen alsnog voor de correctionele rechtbank gebracht worden.
M.a.w., op strafrechtelijk vlak genieten traditionele journalisten (die voor papieren publicaties werken) van een quasi-immuniteit. Dit belet echter niet dat ze op burgerrechtelijk vlak kunnen gedagvaard worden in betaling van een schadevergoeding, voor zover de eisende partij maar aantoont dat (i) de journalist een fout heeft gemaakt, (ii) hij/zij schade heeft geleden en (iii) die schade rechtstreeks voortvloeit uit de eerstgenoemde fout. Er bestaat een zeer uitgebreide (en vaak boeiende) casuïstiek hierover die ik u even bespaar. U kunt zich al een eerste idee vormen door een aantal van mijn oudere posts te herlezen over “bloggen en recht” (deel 1; deel 2; deel 3; deel 4; deel 5; deel 6; deel 7).
Maar dat was toen. 1831. Toen de vogels nog fluiten konden en het internet louter fantasie was. Zouden die oude bepalingen ook op het internet van toepassing zijn of niet? Het antwoord was niet evident. Zo heeft het Hof van Cassatie in het verleden beslist, hierin niet altijd gevolgd door de lagere rechtspraak overigens, dat radio en televisie geen drukpersmisdrijf uitmaakten en dus niet genoten van voormelde grondwettelijke bepalingen.
Welnu, in het alhier besproken arrest weigert het Hof van Cassatie een arrest van het Hof van Beroep te Gent te verbreken op motief dat:
1. Het middel voert schending aan van de artikelen 25 en 150 Grondwet: een meningsuiting via het internet is geen vorm van meningsuiting door middel van gedrukte geschriften en geniet bijgevolg niet van de bescherming van voormelde grondwettelijke bepalingen; het arrest oordeelt aldus ten onrechte dat de verspreiding van een strafbare meningsuiting via het internet behoort tot de exclusieve bevoegdheid van het hof van assisen. 2. Het middel dat ervan uitgaat dat enkel vermenigvuldiging en verspreiding van een strafbare meningsuiting door gedrukte geschriften een drukpersmisdrijf kan opleveren, faalt naar recht.
M.a.w., ook meningen die geuit worden via het internet (blogs, websites, enz.) genieten van voormelde grondwettelijke bepalingen: er mag geen preventieve censuur worden uitgeoefend en eventuele strafrechtelijke inbreuken dienen exclusief door het assissenhof te worden beoordeeld (behalve dus racistische misdrijven).
Zijn bloggers dan absoluut vrij om te schrijven wat ze willen? Neen. Zoals hierboven gezegd geldt er nog steeds het burgerrechtelijk luik (met dus schadevergoedingen die kunnen toegekend worden), kan nog steeds achteraf gevraagd worden dat een opinie / artikel / blogpost verwijderd wordt én staan inbreuken op intellectuele eigendomsrechten (auteursrechten bijv.) hier los van.
Maar dat het strafrechtelijk Zwaard van Damocles van boven het hoofd van de bloggers verwijderd is, kan slechts een zeer positieve stap genoemd worden!
Bron: Cass., 06/03/2012, zaak P.11.0085.N, onuitgegeven (zie http://www.cass.be) – Voorhoof, D., “Weblogs en websites zijn voortaan ook ‘drukpers’, Juristenkrant, 246, blz. 4
[...] Allez ju: weblogs en websites zijn ook “drukpers”. [...]
Dank voor de noot. Voor de volledigheid: het correcte rolnummer: P.11.00855.N.
Cass, P.11.0085.N is een arrest inzake Operatie Kelk (Aartsbisdom Mechelen/e.a.).
Maar een verbod om racistische en xenofobe artikels te schrijven kan dus niet slaan op een religie een ideologie. Ik vraag me trouwens af of een gewone wet uit het burgerlijk strafwetboek de algehele grondwet op vrijheid van pers en mening mag afzwakken. Misschien is het beter dat iedereen mag schrijven wat hij wilt dan weten we tenminste wat (sommige) mensen echt denken.
Het is niet omdat men iets verbied dat het ook verdwijnt. Het gaat dan ondergronds gewoon verder.
Sharia4belgium en de moslimfundamentalisten verdwijnen dan uit het oog, maar niet uit de wereld.
[...] Blogt er op los gij allen… [...]