En zo kwam het dat we op een eerder druilerige zaterdagmorgen – 12 mei 2012 om precies te zijn – het vliegtuig richting New York namen.

We kozen voor Jet Airways, economy class. Globaal gezien een goede ervaring: vrij ruime zetels (weliswaar nog steeds net iets te krap voor mijn lengte, maar dat ben ik onderhand gewoon geworden), uitvoerige in house entertainment, redelijk eten (wel weinig te drinken, je moest uitdrukkelijk om een extra drankje vragen) en vriendelijke staff. Tijdens de vlucht heb ik me onledig gehouden met Contagion (vrij nietszeggende film vol met plotholes), drie afleveringen van seizoen 19 van The Simpsons (blijft goed zelfs na al die tijd) en het nodige ‘studiewerk’ voor F.A.C.T.S., met name vijf afleveringen van The Big Bang Theory (hap slik weg materiaal met net iets teveel stereotype personages om echt goed te zijn, maar toch vlot verteerbaar).

Een goede acht uur en een al bij al vlotte landing later, werden onze poezelige voeten op Amerikaans grondgebied neergepoot. A small step for me and an even way smaller step for mankind, but hey whatever. USA! Land of the free!

Dat van die “free” mag al onmiddellijk met een korrel zout genomen worden, want we moesten door de douane en paspoortcontrole heen. Op voorhand waren we uit den treure verwittigd: géén grapjes maken, rustig blijven, het gaat lang duren, niet protesteren of je vliegt illico presto terug naar huis. Zelfs het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft de volgende reisaanbeveling mee:

Om eventuele onaangename situaties te vermijden, zoals tijdelijke opsluiting aan de grens of terugzending met de eerstvolgende vlucht naar land van herkomst, is het raadzaam om in alle omstandigheden de zelfbeheersing niet te verliezen en de regels van beleefdheid te respecteren. Weerstand bieden heeft geen zin en heeft vaak enkel een averechts effect.

Dat beloofde… Met bovenmenselijke kracht verdrong ik mijn legendarisch humorgevoel (“kwantiteit, niet kwaliteit!”) en schoven we aan. Amper een kwartier later waren we er al door. Dat ging bijzonder vlotjes. Het luchthavenpersoneel was weliswaar eerder aan de norse kant, maar soit, daar kan ik mee leven. Wat ik een stuk vervelender vond, was dat er vingerafdrukken genomen worden én gezichtsfoto’s (net geen mugshots). Echt welkom voelt men zich zo toch niet en ik vind het een wat minder fijne gedachte dat dergelijke toch uiteindelijk hoogstpersoonlijke informatie (identity theft anyone?) zich op hopelijk degelijk beveiligde computers in de USA bevinden.  Maar bon, it’s part of the deal en we wisten dat het op het programma stond.

USA dus! We scoorden vlotjes een taxi die bestuurd werd door een Haïtiaan – zo vernamen we toch na het betere gis- en gebarentaalwerk. De conversatie van de brave man bestond uit “traffic!” en “what a day”. Waar zijn die inburgeringscursussen wanneer je ze nodig hebt? Correct that: zijn beperkte kennis van het Engels stoorde me een stuk minder dan zijn “rijkunst”. Onze chauffeur van dienst vond er niet beter op dan telkenmale de auto voor ons tien meter vooruitgang had geboekt vol gas te geven en vervolgens zijn remmen dicht te gooien. Doe dat een uur lang in een file in een veel te warme auto en de slogan “New Yorkse taxi’s, nu met gratis zeeziekte” kwam spontaan opdwarrelen.

Maar dat alles mocht de pret niet durven! New York, we had made it there (so we could now make it anywhere, hah!). Na een uurtje gas geven/remmen kwamen we toe in ons hotel… maar dat, beste kijkbuiskinderen, is voer voor de volgende episode!

Het was ergens, dacht ik, in december van vorig jaar, tijdens een maaltijd in ‘Chez Henri’ samen met een koppel vrienden, dat plots een wild idee op tafel werd gegooid: waarom zouden we niet samen een week naar New York gaan?

Aansluitend op dat idee kwam een mail in januari onze inbox binnengedwarreld: Jet Airways bood een interessante promotie aan voor een reis in mei. Snel beslissen was de boodschap. En er werd dus snel beslist en tickets geboekt. Zodanig snel zelfs dat we niet eens op voorhand checkten of de grootouders wel beschikbaar zouden zijn om voor onze kinderen te zorgen. Bleek – nà het boeken – dat ze zelf reisplannen hadden… Grootouders die een eigen leven hebben, waar gaan we naartoe, ik vraag het u! Gelukkig bleek enig gegoochel met de respectievelijke agenda’s voldoende om het probleem op te lossen.

New York here we’d come! Naarmate de reisplannen aan derden werden onthuld, werden we overspoeld met enthousiasme, half jaloerse blikken en tonnen tips, suggesties, must sees, culinaire aanraders tot volwaardige weekplanners. U weze allemaal van harte bedankt!

De meeste intrigerende reactie die ik mocht ontvangen was “C’est la première fois que tu vas à NY? Tu verras, tu y retourneras”. Mijn nieuwsgierigheid was nog meer gewekt!

We zijn net terug met een heerlijke mix van fantastische herinneringen, schitterende ontdekkingen, hilarische momenten, weliswaar op een wat zwaar op de maag liggende saus van jetlag, maar dat kan de pret niet drukken.

Staat u mij dus toe om u in de komende blogposts mee te nemen doorheen een week in New York, de dingen die we bezocht hebben, de zaken die we ontdekt hebben, maar ook – en ergens misschien vooral – de bevestiging en ontkenning van ideeën die ik had over Amerika, over Amerikanen, hun leefwereld, hun gewoontes, hun zijn. Van obesitas tot a nation of fear, van het MET tot de Frick Collection, van The Spice Market tot a small coke in de cinema, van race segregation tot sanitary inspection, dat alles en veel meer vanaf morgen op dit kanaal.

Stay tuned!

Het Hof van Cassatie heeft op 6 maart een principe-arrest geveld dat bloggers een quasi-immuniteit garandeert door de te beslissen dat de persvrijheid niet alleen op de gedrukte pers slaat, doch ook op meningsuitingen via het Internet.

 

Alvorens op de implicaties van deze beslissing in te gaan, een korte historiek: de grondwetgever van 1831 wou komaf maken met een aantal aberraties van het Nederlandse regime dat de pers grotendeels gemuilkorfd had. Om een herhaling hiervan te vermijden werden twee principes in de grondwet ingeschreven: de persvrijheid enerzijds en de verplichting om drukpersmisdrijven door een assissenhof te laten beoordelen anderzijds.

Wat het eerste principe betreft, stelt artikel 25 Grondwet letterlijk: “De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd.” waarna het principe van de getrapte aansprakelijkheid wordt uiteengezet: “Wanneer de schrijver bekend is en zijn woonplaats in België heeft, kan de uitgever, de drukker of de verspreider niet worden vervolgd.” Dit principe houdt in dat men enkel de auteur (voor zover bekend en in België woonachtig) kan aanspreken voor eventuele drukpersmisdrijven zonder dat de uitgever, drukker of de verspreider kunnen worden lastig gevallen. De grondwetgever van 1831 wou daarmee vermijden dat de uitgevers, uit schrik vervolgd te worden, zelf censuur zouden uitoefenen op de stukken van hun auteurs. Dit principe is weliswaar in de loop der decennia enigszins genuanceerd door de rechtspraak (bijv. wanneer de uitgever zelf een fout maakt), doch houdt op heden globaal nog steeds goed stand.

Het verbod op preventieve censuur maakt ook nog steeds een hoeksteen uit van de persvrijheid in België. Een deel van de rechtspraak was in de laatste decennia wat van het rechte pad afgedwaald (door alsnog in sommige gevallen een publicatie te verbieden nog voor ze verschenen was), doch een recent arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft uitdrukkelijk bevestigd dat de preventieve censuur in België niet door de beugel kan. Enkel de preventieve censuur is verboden. Men kan immers na verschijning nog steeds vragen dat een bepaalde publicatie uit de handel wordt gehaald.

Het tweede principe zit vervat in artikel 150 Grondwet, dat voorziet dat drukpersmisdrijven voor een Assissenhof moeten gebracht worden. Dit houdt de facto een quasi-strafrechtelijke immuniteit in, aangezien de assissenprocedures voor drukpersmisdrijven sinds 1831 – letterlijk ! – op de vingers van één hand te tellen zijn. Dat behoeft niet te verwonderen, aangezien een assissenprocedure niet alleen loodzwaar is (en de inzet van heel wat al te schaarse middelen vereist) doch bovendien is de kans groot dat de jury de kant van de journalist kiest. Een wetswijziging heeft hierop één uitzondering voorzien : drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie zijn ingegeven kunnen alsnog voor de correctionele rechtbank gebracht worden.

M.a.w., op strafrechtelijk vlak genieten traditionele journalisten (die voor papieren publicaties werken) van een quasi-immuniteit. Dit belet echter niet dat ze op burgerrechtelijk vlak kunnen gedagvaard worden in betaling van een schadevergoeding, voor zover de eisende partij maar aantoont dat (i) de journalist een fout heeft gemaakt, (ii) hij/zij schade heeft geleden en (iii) die schade rechtstreeks voortvloeit uit de eerstgenoemde fout. Er bestaat een zeer uitgebreide (en vaak boeiende) casuïstiek hierover die ik u even bespaar. U kunt zich al een eerste idee vormen door een aantal van mijn oudere posts te herlezen over “bloggen en recht” (deel 1; deel 2; deel 3; deel 4; deel 5; deel 6; deel 7).

 

Maar dat was toen. 1831. Toen de vogels nog fluiten konden en het internet louter fantasie was. Zouden die oude bepalingen ook op het internet van toepassing zijn of niet? Het antwoord was niet evident. Zo heeft het Hof van Cassatie  in het verleden beslist, hierin niet altijd gevolgd door de lagere rechtspraak overigens, dat radio en televisie geen drukpersmisdrijf uitmaakten en dus niet genoten van voormelde grondwettelijke bepalingen.

Welnu, in het alhier besproken arrest weigert het Hof van Cassatie een arrest van het Hof van Beroep te Gent te verbreken op motief dat:

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 25 en 150 Grondwet: een meningsuiting via het internet is geen vorm van meningsuiting door middel van gedrukte geschriften en geniet bijgevolg niet van de bescherming van voormelde grondwettelijke bepalingen; het arrest oordeelt aldus ten onrechte dat de verspreiding van een strafbare meningsuiting via het internet behoort tot de exclusieve bevoegdheid van het hof van assisen. 2. Het middel dat ervan uitgaat dat enkel vermenigvuldiging en verspreiding van een strafbare meningsuiting door gedrukte geschriften een drukpersmisdrijf kan opleveren, faalt naar recht.

M.a.w., ook meningen die geuit worden via het internet (blogs, websites, enz.) genieten van voormelde grondwettelijke bepalingen: er mag geen preventieve censuur worden uitgeoefend en eventuele strafrechtelijke inbreuken dienen exclusief door het assissenhof te worden beoordeeld (behalve dus racistische misdrijven).

 

Zijn bloggers dan absoluut vrij om te schrijven wat ze willen? Neen. Zoals hierboven gezegd geldt er nog steeds het burgerrechtelijk luik (met dus schadevergoedingen die kunnen toegekend worden), kan nog steeds achteraf gevraagd worden dat een opinie / artikel / blogpost verwijderd wordt én staan inbreuken op intellectuele eigendomsrechten (auteursrechten bijv.) hier los van.

Maar dat het strafrechtelijk Zwaard van Damocles van boven het hoofd van de bloggers verwijderd is, kan slechts een zeer positieve stap genoemd worden!

 

Bron: Cass., 06/03/2012, zaak P.11.0085.N, onuitgegeven (zie www.cass.be) – Voorhoof, D., “Weblogs en websites zijn voortaan ook ‘drukpers’, Juristenkrant, 246, blz. 4

 

A coward.

Posted: March 8, 2012 in Ramblings

A coward is someone who every day regrets how he acted  yesterday, all the while promising he’ll definitely change … tomorrow.

Confront your fears. Today.

Review (003). Dead Snow.

Posted: November 19, 2011 in English, Reviews
Tags: ,

Deze horrorprent stond al een tijdje op mijn “to watch”-list (sinds er, begin 2009, een review van verschenen is in DS, meen ik me zo te herinneren). Dankzij een bevriende FACTS-handelaar mocht ik hem dan eindelijk in mijn Blu-Ray-lezer pleuren.

Zoals wel vaker het geval pleegt te zijn bij wat men gemeenzaam hooggespannen verwachtingen is gaan noemen, werden deze helaas maar ten dele ingelost.

Dead Snow tapt immers vooreerst, zoals het gros van de horrorfilms, vrij lustig in het cliché-vaatje. Zeven vrienden die in een godvergeten gat in een hutje gaan logeren? Check! (Evil Dead anyone?). De oude, wat bevreemdende man die hen waarschuwt voor naderend onheil ? Re-check. Diezelfde man die een gruwelijke dood ondergaat? Chhhhheck. De vrienden die de waarschuwing in de wind slaan? De enige regio waar GSM’s toevallig geen ontvangst hebben? Che… vul zelf maar aan.

Nu, op zich hoeft het gebruik van clichés geen probleem te zijn, voor zover de film nog iets meer te bieden heeft, nog ergens origineel uit de hoek komt. Laten we eerlijk wezen: het enige originele aan deze prent is de hoedanigheid van het wezen dat onze ‘helden’ de gruwelijkste ervaring uit hun leven zal bezorgen. Technisch gesproken is hetgeen volgt een spoiler, voor zover u (i) stekeblind bent en dus de cover van de Blu-Ray niet bekeken hebt en (ii) nooit ofte nimmer over Dead Snow hebt horen spreken en (iii) zorgvuldig alle menu’s zult ontwijken, aangezien het telkenmale op vrij in-your-face-achtige wijze wordt duidelijk gemaakt dat een nest zombie-nazi’s (sic) de boosdoeners van dienst zijn. Origineel op zich? Hoogstzeker. Origineel genoeg om een ganse film te dragen? Not really, let’s face it.

Ook de acteerprestaties zijn niet echt om over naar huis te schrijven / mailen / facebooken. Toegegeven, horroravonturen halen zelden veel Oscars binnen, maar bon, een aantal van de acteurs hebben toch echt wel hoge scores gehaald in de lessenreeks ‘van bordkarton zijn’.

Last but not least: het spreekt voor zich dat je bij dat soort films in hoge mate aan “suspend your disbelief” moet doen. Of komt u vaak zombie nazi’s tegen? (concierges die de kelders van bepaalde politieke partijen moeten uitkuisen mogen zich onthouden). Dat de monsters aan de gebruikelijke logica ontsnappen is part of the deal, maar de menselijke tegenspeler wordt wel geacht zich aan de wetten der logica te houden. Of kent u veel mensen die hun arm kunnen amputeren, vervolgens ter plekke dichtkoteren en dan lustig rondlopen als hadden ze zonet een splintertje uit hun vinger gehaald? Ik dacht het ook niet.

Is het dan allemaal kommer en kwel? Neen. Als je de film neemt voor wat hij is – een goedkope horrorfilm met een originele baddy – en je van dat genre kan genieten, dan is het op zich een vrij aangename film waarbij de obligate hamvraag – wie o wie zal het overleven ?! – tot het allereinde van de film blijft gesteld worden. Vals bloed loopt er met de liters vanaf, een nest zombies wordt vakkundig ingemaakt, de ledematen slingeren in het rond en er zitten voorwaar een paar echt spannende scènes in. Gooi er nog een sausje van heerlijk slechte special effecten bovenop, een wat onconventionele benadering van het zombiewezen (ze zien er zeer traditioneel zombie-achtig uit en lusten blijkbaar bijwijlen een mals stukje mensenvlees, doch zijn innoverend genoeg om bevelen te verstaan en zelfs te kunnen spreken, weze het in beperkte mate), schitterende besneeuwde landschappen en Dead Snow heeft genoeg te bieden om toch anderhalf uur met een glimlach naar uw tv-scherm te kijken.

Allez hop: 62/100. Und nau: Aufstehen ! ;)

Het was het voorbije weekend enige persaandacht waard: het (mini-)relletje over de Beerselse NVA pensen-kermis waarbij de deelnemers ballen konden gooien naar een gestyliseerde tekening van Elio Di Rupo. De zoveelste passage in het politiek/communautair circus van de voorbije jaren (waarbij jammer genoeg steeds meer op de man wordt gespeeld – in dit geval zelfs letterlijk) waar dan plots, en fin de week-end, een onverwacht auteursrechtelijk staartje werd aan gebreid.

Bleek immers dat de tekening in kwestie van de hand van de Vlaamse überblogger Michel Vuijlsteke was and he was not amused. Geen half uur na de publicatie hing Belga aan zijn lijn en een persbericht later stond ook dit gegeven in zowel De Standaard als HLN. Met uiteraard de nodige reacties van de fine fleur der menschheid zowel op de originele blogpost als op HLN.be. Maar dit terzijde.

De vraag die zich immers automatisch aandiende was: heeft Michel Vuijlsteke wel een punt? Is hier wel sprake van enige inbreuk op zijn rechten? Velen denken immers dat iedere overname van andermans werk ofwel automatisch een inbreuk inhoudt (quod non), dan wel in deze Internetachtige vrijhaventijden sowieso toegelaten is (quod certe non!).

Bij deze dus: een korte analyse van het “dossier” Michel Vuijlsteke v. NVA.

 

De eerste vraag die men zich in dergelijke situatie steeds moet stellen is of het overgenomen werk überhaupt beschermd is. Aangezien ik ervan uitga dat Michel Vuijlsteke zijn werk als T&M noch als merk neergelegd heeft, is er maar een intellectueel eigendomsrecht mogelijks van toepassing in deze: het auteursrecht.

Het auteursrecht beschermt alle werken die (i) in een bepaalde vorm gegoten zijn en (ii) origineel zijn.

De vormvereiste houdt in dat het werk het ideeënstadium moet ontgroeid zijn. Dat is duidelijk het geval, aangezien de idee (“een minimalistische tekening van Di Rupo maken”) concrete uitwerking heeft gekregen. Getuige daarvan de tekening in kwestie. Deze voorwaarde is dus duidelijk vervuld.

Is de tekening ook origineel? De klassieke definitie is dat een werk origineel is wanneer het (i) het resultaat is van een intellectuele inspanning, (ii) waaruit dan de stempel van de auteur moet voortvloeien. M.a.w., het werk mag geen evidentie zijn (als iedereen op hetzelfde resultaat zou uitkomen, dan is het niet origineel) én de auteur moet een aantal keuzes gemaakt hebben bij de totstandkoming van zijn werk. Klinkt dit als een wat vage definitie, die veel ruimte laat voor subjectiviteit? Bingo, u heeft gewonnen (en mag nog eens met de ballen gooien)! Enkel een rechtbank kan immers beslissen of een werk origineel is of niet, hetgeen soms leidt tot verrassende vonnissen en arresten, aangezien de beslissing afhangt van het subjectieve aanvoelen van de rechter(s) die hierover moeten oordelen.

Uit persoonlijke ervaring lijkt me dat Michels tekening, die Elo Di Rupo herleidt tot het alleressentiële (een haarsnit, de strik), in een strakke, minimalistische stijl wel degelijk origineel is en dus voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Maar, zoals gezegd, enkel de rechtbanken hebben hierin het laatste woord.

En passant help ik een tweetal misverstanden over het auteursrecht de wereld uit:

- het auteursrecht ontstaat zonder formaliteiten. Men moet een werk dus nergens deponeren, geen lid zijn van SABAM, geen taksen betalen, nada. De creatie volstaat op zich om het auteursrecht te doen ontstaan.

- het feit dat er 101 tekeningen / foto’s van Elio Di Rupo bestaan, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om een originele tekening te maken van die persoon (uiteraard slechts voor zover Michel Vuijlsteke niet klakkeloos andermans tekening overgenomen zou hebben!).

 

Bon, we kunnen ervan uitgaan dat Michel Vuijlsteke zich de trotse auteur (in juridische zin) van een werk mag noemen. Mocht de NVA zijn werk gebruiken?

Het antwoord is simpel: neen.

Om andermans werk te gebruiken moet men de (schriftelijke) toestemming van de auteur hebben. Die ontbreekt manifest, gelet op Michel Vuijlstekes reactie. En het feit dat Michel Vuijlsteke zijn werk op het internet geplaatst heeft, is absoluut niet gelijk te stellen met enige vorm van toestemming.

Kan de NVA zich beroepen op enige uitzondering in de wet? Neen. Deze uitzonderingen (parodie, citaatrecht, actuele verslaggeving e.v.a.) zijn niet van toepassing in dit geval.

Ergo: de NVA heeft zich bezondigd aan een auteursrechtelijke schending van andermans werk.

 

Wat kan Michel Vuijlsteke nu doen, moest hij dat willen ? Samengevat heeft hij de keuze tussen:

- een stakingsvordering, zijnde een vrij snelle procedure, waarbij enkel het einde van de inbreuk (al dan niet op straffe van dwangsom) wordt beoogd. Schadevergoeding komt hier niet aan te pas.

- een gewone procedure inleiden, die trager gaat, maar waarin het schade-aspect wél zal behandeld worden. Het komt daarbij aan Michel om te bewijzen (1) dat hij schade heeft geleden en (2) hoeveel schade hij geleden heeft (“hij die eist, bewijst” ofte “actori incumbit probatio” om het dan in het Latijn te zeggen)

- een strafklacht indienen, doch dan moet hij het moreel element kunnen aantonen.

 

Zo heet zal de soep duidelijk niet gegeten worden, heeft Michel Vuijlsteke al laten weten als reactie op de bewuste blogpost. Misschien kan de NVA, naast een boeket bloemen of andere goedmaker te sturen, de volgende keer gewoon haar eigen programma toepassen:

“Natuurlijk mogen we onze ogen niet sluiten voor schendingen van het auteursrecht.Cruciaal is de aanpak bij de bron: diegene die werken ongeoorloofd verspreidt, zeker wanneer hij eraan verdient. Er zijn snelle en efficiënte procedures nodig om zaken offline te halen (op verzoek van een onderzoeksrechter en met bescherming van hostingbedrijven tegen claims van hun klanten bij onterechte take-down), huiszoekingen te doen en de servers te controleren.”

Waarvan akte.

Zij die actief zijn op de zogenaamde sociale media (vnl. Twitter) hebben het ongetwijfeld zien voorbijwaaien, het ‘schandaal’ van een lokale politica wiens sexuele exploten op een publieke plaats, buiten haar weten om, gefilmd zijn en nu online te bezichtigen zijn.
“So what?”, is mijn eerste reactie. Maar dat is buiten de waard gerekend, in dit geval de ‘goegemeente’. Een politica blijkt ook een sexleven te hebben! En fantasmes! En die dan nog uit te leven ook! Oh. My. God! Schandaal! Teer en pek! Aan de (virtuele) schandpaal met dat mens!

Ik ben het er volledig mee eens dat het mogelijks niet de meest verstandige zet ter wereld is om u, heden ten dage, als politicus (of meer in het algemeen: als bekend persoon) in het openbaar aan een spelletje beest met de twee ruggen over te leveren, maar dan nog. Maybe a wrong judgment call, but that’s it. Meer is er niet aan. Circulez, il n’y a rien à voir.

En, please, géén politieke recuperatie. Het feit dat de dame in kwestie van CD&V signatuur is, doet er niet toe. Ware het iemand die van echtelijke trouw haar handelssignatuur zou gemaakt hebben en op een scheve schaats zou betrapt zijn, kon men er nog de nodige inconsequentie uit afleiden. Maar zelfs dat is niet het geval, de heer in actie was gewoonweg haar toenmalige partner. Dus opnieuw: niets om zich ook maar in de verste verte druk over te maken.

Het laat mij allemaal een vrij wrang gevoel na, die manier waarop politici aangeschoten wild zijn geworden, de wijze waarop political correctness en hypocrisie een publieke tango d’amore  dansen, de anonimiteit waarachter zo vele leveranciers van grofgebekte commentaren zich verschuilen.

Maar het meest onaanvaardbare vind ik de verwijzingen naar familiefoto’s van de politica in kwestie, waar men ook haar kinderen op kan zien. Beseft men wel goed wat die zullen moeten verduren, eenmaal de schoolbel rinkelt? Hoeveel gratuïte pesterijen naar hun hoofd geslingerd zullen worden? 

Gelukkig houden de traditionele media zich - voorlopig – nog koest en hebben ze toch nog genoeg gezond verstand om te begrijpen dat dergelijke privé-kwestie geen artikel waard is. Alhoewel… ik houd mijn hart vast wanneer de volgende editie van de roddelbladen op de markt wordt gegooid (Dag Allemaal, anyone?).

Ach, de enige juiste reactie in deze is die van Mitterand toen het bestaan van zijn buitenechtelijke dochter de headlines maakte:

Et alors?”.